‘t Paard

amsterdam-cafe

Het is koud voor de tijd van het jaar. De dikke regenwolken maken de stad zo donker dat de auto’s met de koplampen aan door de grote plassen hun weg zoeken, grote watergolven aan weerszijden van de voorwielen over de trottoirs sproeiend. Voetgangers en fietsen zoeken moeizaam hun weg, de paraplu voor zich uit in gevecht met de harde wind en de regen. De grond trilt een klein beetje als de stalen wielen van lijn 24 het water uit de verzonken rails jagen en de tram met het geluid van schurend staal het Rokin opdraait. De bel luid tingelend om enkele door het noodweer verblinde fietsers en voetgangers uit de weg te jagen. Het is herfst in Amsterdam.

Tjibbe Bakersma zit in lijn 24 en heeft niet zo veel problemen met het weer. Hij zit vooraan in de tram droog en warm en het is lekker rustig omdat de meeste mensen er voor kiezen om lekker thuis te blijven en niet het noodweer te trotseren. Tjibbe is een echte Fries van op een haar na 50 jaar oud die zo’n 25 jaar geleden door een speling van het lot een Amsterdamse heeft ontmoet. Door de liefde voor deze vrouw en haar werk als directie secretaresse bij een grote bank in Amsterdam is hij naar de hoofdstad verhuisd. Tjibbe was een stereotype Fries. Een echte. Stug en zwijgzaam, maar eerlijk als goud. Hij twijfelde er echter een beetje aan of datzelfde ook nog wel voor zijn vrouw gold. Ze deed wat vreemd toen ze ergens heen moest en laatst frommelde ze snel een briefje weg toen hij de huiskamer binnen kwam lopen. Tjibbe was van zichzelf al geen open en vrolijke man, maar de gedachte dat zijn vrouw misschien achter zijn rug om met een andere man rommelde maakte hem misselijk en zuur. Peinzend kijkt hij door de beslagen ramen van de tram naar buiten. De conducteur achterin probeert de saaie rit wat op te vrolijken door in de intercom naar de trambestuurder te roepen “Geef effe een seintje als ik de zwemvesten uit moet delen”.. Tjibbe kan er niet om lachen en kijkt naar een verdwaalde Japanse toerist die achter zijn wegwaaiende paraplu aan rent die hij net voor te veel geld heeft gekocht bij één van de souvenirs winkels op het Damrak.

Sjaan was die morgen naar Emmy gegaan. Die twee kenden elkaar al van kinds af aan en ze hadden heel wat bij te kletsen want het was al weer een paar weken geleden dat ze elkaar voor het laatst hadden gezien. “De tijd gaat zo snel” vind Sjaan dan ook. “Meid, hou op! Al meer dan 3 weken denk ik?” Ze spraken beiden met een onvervalste, authentieke, Amsterdamse tongval. Ze kenden elkaar dan ook uit de 1e Jan Steenstraat, vlakbij de Albert Cuyp markt, waar ze zijn opgegroeid als vriendinnen. Emmy had lekkere gebakjes gehaald en later die middag gingen de dames over op de advocaat met slagroom. De tijd was voorbij gevlogen, gezellig kletsend over alle ontwikkelingen in de buurt. Na het tweede advocaatje werden de verhalen steeds vrolijker, en klonken er geregeld gierende lachsalvo’s waarbij de dames vrolijk op en neer schudde op de bank. “Schat, ik wil je niet weg hebbe, mar ik mot naar ’t Paard”. “Ja, joh, mot je weer hellepe?” “Ja, blommetjes op de tafeltjes, beetje vegen, de bar poetse enso, je kent dat wel, maar het is altijd gesellig bij Arie, we lache wat of hoor, vanavond is er een feessie of zo, ze hebbe de hele tent afgehuurd” “Toe maar” zei Sjaan terwijl ze haar plastic regenkapje uit haar tas frommelde. “Mar goed dat ik die bij me heb” mompelde Sjaan tegen zichzelf. “Wat een kolere weer” foeterde Emmy terwijl ze de deur open deed om Sjaan naar buiten te laten. De vriendinnen namen afscheid en Sjaan stapte het noodweer in. “Nou, keik je uit schat? Doeidoei!”

Arie Klooster woonde boven zijn eigen kroeg. Daar was hij vandaag extra blij om want dat betekende dat hij niet door dit noodweer hoefde om op zijn werk te komen. Vanavond was zijn kroeg dicht voor een besloten feest. Dat was wel lekker makkelijk. Niets afrekenen tussendoor, alleen maar schenken en schrijven. Als het een beetje meezat leverde dat meer op dan een doorsnee vrijdag. Hij moest een beetje opschieten want Emmy kwam zo helpen om alles in gereedheid te brengen voor het feest. Arie realiseerde zich best wat een goeie hij had aan Emmy. Altijd goedlachs en hard werken en ze deed het voor een habbekrats en een advocaatje met slagroom. Hij nam zich voor om het eens tegen haar te zeggen, of een bloemetje te kopen of zo. Moest ‘ie toch eens doen, nam hij zichzelf voor. Hij stapte de deur uit op de 2e verdieping. Zijn handen vol met een stapel kleedjes die hij netjes gewassen en gestreken had. Het was eigenlijk net een te grote stapel om in één keer mee te nemen maar hij had geen zin om twee keer de trappen af en op te lopen dus begon hij aan de afdaling van de twee trappen, zonder te kunnen zien waar hij liep. Op de eerste verdieping begon het gemieter. Het middelste deel van de stapel in zijn handen begon net boven aan de laatste trap tussen de andere kleedjes uit te glijden en Arie stond als een circusartiest te goochelen om het hele spul in het gareel te houden. Maar het lukte niet. Een aantal tafellakens ontsnapte en gleed op de grond. Hij gaf een vloek en wilde nog 2 treden afdalen om de tafel kleedjes op te rapen. Maar helaas stapte hij daarbij heel ongelukkig op een van die kleedjes die zijn voet als op een glijbaantje in één keer 2 treden naar beneden liet glijden. Dat kon het evenwichtsorgaan van Arie Klooster niet meer bolwerken en met een schreeuw zwiepte een flinke 100 kg aan Arie achterover om vervolgens tollend de trap af te rollen. Helemaal onderaan kwam hij pas tot stilstand, met een schrijnende pijn in zijn onderrug en arm…

Annemarie moest opschieten. Tjibbe zou zo thuis kunnen komen en als ze er dan niet zou zijn zou hij wellicht achterdochtig kunnen worden. Hij had laatst ook al bijna het briefje gezien. Zoiets mocht niet nog een keer gebeuren. Ze vloekte op het weer waar ze doorheen liep met haar paraplu. Nou ja, ze moest zich toch nog even douchen en verkleden voor Tjibbe thuis zou komen, dus nat werd ze dan toch. Ze vroeg zich af of ze wel overtuigend genoeg had gelogen over het overwerken. Ze kende hem goed genoeg om te zien dat hij er een beetje vreemd van op keek, maar hij had er verder niets van gezegd. Annemarie hield echt van Tjibbe, ondanks zijn stugheid. In tegenstelling tot veel andere mensen kon Annemarie heel goed zien dat achter het Friese schild een hele lieve, oprechte man zat. Ze vond het vreselijk tegen hem te moeten liegen, maar aan de andere kant deed de reden waarom ze moest liegen haar ook wel gloeien van geluk en plezier…

Sjaan was niet voor bang voor een beetje regen. De wind deed verwoede pogingen om het regenkapje van haar hoofd te trekken en het lukt nog bijna ook. Ze worstelde met de touwtjes die ze al lopende probeerde te knopen maar haar vingers werden wat gevoelloos in de toppen en vooral haar rechterhand deed zeer van de jicht. Ze was dan ook al 72 maar nog reuze kwiek. Toen ze de halte zag, kwam lijn 24 er al aan. Zo snel als haar oude benen haar konden dragen rende ze er naar toe. Al rennende zag ze de trambestuurder al achter de rustig zwiepende ruitenwisser stoïcijns naar buiten kijken. “Kolere, blijf nog effe staan schat, Sjaan komt eran”  hijgde ze. Gelukkig wachtte hij inderdaad nog even. Gered! In haar haast om in te stappen neemt ze de laatste stap op de trede net iets te klein en haar voet haakt achter de altijd iets opverende metalen plaat. Met een rot smak kwakt ze languit de tram in met haar gezicht tegen de grond. Langzaam richt ze haar gezicht op van de tramvloer en keek ze naar de geschrokken gezichten van de medepassagiers. Zonder nadenken zegt ze: “Gotsamme, me parasuut ging nie uit!…”

Tjibbe wordt door de enorme smak die de bejaarde vrouw maakt uit zijn overpeinzingen gehaald. Hij ziet het bebloede gezicht als de vrouw overeind krabbelt. Tjibbe bedenkt zicht niet en zonder wat te zeggen helpt hij de arme vrouw overeind en begeleid hij haar naar de plek waar hij zojuist had gezeten. Hij voelt haar trillen, ze moet toch wel erg geschrokken zijn ondanks de humorvolle opmerking net na de val. “Daar moet u wel evn’n mee noar het ziek’nhuis denk ik hoor” is het eerste dat Tjibbe tegen haar zegt. “Kolere, hebbikdat?” brengt de vrouw uit. Inmiddels arriveert ook de conducteur met een EHBO koffertje. Tjibbe belt al een ambulance en tijdens het wachten verteld Sjaan strak van de Adrenaline de verhalen die ze net bij Emmy had verteld nog eens als korte versies aan Tjibbe die gelaten en af en toe vriendelijk knikkend naast haar zit en helpt het bloed te stelpen met de EHBO spulletjes van de conducteur. Als eindelijk de Ambulance met gillende sirene arriveert kan Tjibbe het niet over zijn hart halen om niet even mee te gaan, ondanks tegenstribbelen van Sjaan. Hij stapt mee de Ambulance in en rijdt mee naar de eerste hulp. Onderweg in de ambulance bedenkt hij zich dat zijn vrouw wel eens ongerust kon worden als hij zo lang weg blijft. “Barst maar met je overwerk’n” denkt hij rancuneus en hij besluit niet te bellen.

Arie komt kreunend de auto van zijn buurman uit en strompelt, ondersteund door diezelfde buurman de EHBO binnen. Hij wordt naar een wachtruimte gedirigeerd waar even later een jonge vrouwelijke arts arriveert. Ze vindt het na wat vragen en inspectie beter om toch wat foto’s van zijn arm te laten maken die nog erg pijn doet. Arie moet weer even wachten totdat hij wordt geroepen voor de foto’s. Hij bedankt de buurman hartelijk voor zijn hulp en stuurt hem naar huis. “Man, ik neem wel een taxi terug hoor”. De buurman is niet direct te overtuigen maar Arie’s argument dat hij de taxi wel kan claimen bij de verzekering zorgt er voor dat hij toch maar gaat. Tijdens het wachten rommelt Arie met zijn mobiele telefoon om naar ’t Paard te bellen. Gelukkig heeft Emmy een sleutel van zijn kroeg anders had het nog lastig geworden. Emmy heeft namelijk geen mobiele telefoon. Ze zou echter inmiddels wel al in het ’t Paard moeten zijn. Gelukkig neemt ze op. “Luister schat, ik zit ff bij de EHBO” …”Nee, dat valt allemaal wel mee, maar ze motte effe een foto make vamme arm om te kijken of er wat gebroken is” …”Nee wijffie, hij zit er gewoon nog an.” ..” Ik denk dat ik zo wel geholpen wordt en dan kommik eran”… Arie spreekt kort en krachtig nog even door met Emmy welke voorbereidingen er getroffen moeten worden en hangt dan op. Het wachten duurt lang. Ondertussen rolt een rolstoel van het ziekenhuis de wachtkamer binnen met een vrouw met een bebloed gezicht. Naast Arie is een plekkie waar de stoel goed even kan staan en Arie knikt vriendelijk naar de vrouw als de stoel naast hem wordt gezet. Ze zit nog maar net naast hem als hij door een arts wordt meegenomen. Het maken van de foto’s is zo gebeurd en gelukkig hoeft hij niet te wachten op de uitslag. “Er is niets gebroken meneer Klooster, goed nieuws dus”. Arie is blij met dat nieuws want zo langzamerhand wordt het wel tijd om eens naar zijn kroeg te gaan. Emmy kan niet alles alleen runnen daar. Hij neemt afscheid en neemt een taxi naar huis, zich onderweg afvragend of hij deze wel echt bij de verzekering zou kunnen claimen. Hij heeft zijn twijfels.

Annemarie komt onder de douche vandaan en kleed zich aan. Ze pakt haar meest feestelijke jurk uit de kast en het nieuwe lingeriesetje dat ze achterin de kast heeft verstopt. Als ze zichzelf na het zorgvuldig aantrekken van de uitgezochte kleding en het voorzien van een keurige niet overdreven make-up in de spiegel bekijkt houdt ze even haar buik en concludeert dat het er eigenlijk nog best meer door kan. Ze loopt naar beneden en pakt een kaart uit haar tas en gaat op zoek naar een pen. Ze weet al precies wat er in de kaart moet komen te staan en netjes schrijft ze haar verhaal op. Ze stopt de kaart in de bijbehorende envelop en schrijft er met grote letter “Tjibbe” op. De envelop wordt op een opvallende plek tegen de vaas op de tafel gezet en ze trekt haar jas aan, paraplu mee en ze vertrekt. Buiten kijkt ze al flink lopend op haar horloge. Dat gaat goed, mooi op tijd. De regen geselt haar paraplu en de wind probeert het ding om te vouwen. Gelukkig is ’t Paard niet ver en als de hoek om loopt ziet ze het warme licht al aan het einde van de straat. Haar wangen gloeien van de spanning.

De ambulance stopt onder het afdak van de EHBO en kijkt toe hoe de broeders handig en geroutineerd Sjaan uit de Ambulance laden. Gelukkig kan ze wel op eigen kracht uitstappen, maar de broeders vinden het toch verstandiger als ze even plaats neemt in een leen-rolstoel van het ziekenhuis. Tjibbe haalt een knalgeel exemplaar die in rijen klaarstaan naast de balie en na een kort gesprekje met de zuster die al op de hoogte is van haar komst mag Tjibbe Sjaan naar de wachtruimte rijden. Ze wordt door hem naast een vriendelijk uitziende man gereden die met zijn arm in een mitella met zijn telefoon zit te frommelen. Hij zegt vriendelijk gedag. “Aardige kerel”  concludeert Sjaan meteen voor zichzelf zonder verder ook maar een woord met de man te hebben gewisseld. Na enige tijd wachten wordt de man met de mitella opgehaald. “Meneer Klooster? komt u maar hoor”. De man met de mitella staat op en knikt vriendelijk naar Tjibbe en Sjaan. “Goeie avond” Groet Sjaan en ze kijkt de weg strompelende man met de mitella na de gang in. De tijd tikt gestaag verder terwijl ze wachten op een arts. Tijdens het wachten zegt Sjaan wel 4 keer dat Tjibbe niet op haar hoeft te wachten maar Tjibbe wil weten of alles goed is met Sjaan en blijft tot de dokter is geweest. Hij kan het niet goed over zijn hart krijgen om die lieve oude vrouw alleen achter te laten bij de EHBO. Opeens staat een jonge arts voor hun neus. Hij verontschuldigd zich voor de wachttijd en neemt Tjibbe en Sjaan mee naar een met gordijnen af te sluiten ruimte. Hij maakt de wond schoon op Sjaan haar gezicht en concludeert dat er niet gehecht hoeft te worden. Een paar speciale pleisters volstaan en bij Sjaan is de schrik ook al weer aardig gezakt. De schade blijkt verder gelukkig mee te vallen en even later mogen ze naar huis. “Luister kerel,” richt Sjaan zich tot Tjibbe, “ik red me verder wel hoor” “Moar hoe komt u thuis dan?” wilt Tjibbe weten. “Ik neem zo een taxi” zegt Sjaan. “Oh, ja, ik ook denk ik. Woar moet u heen dan?” “Ik denk dat ik ff naar mij vriendin ga, die is nog ff in ’t Paard aan het werk, maar tegen de tijd dat ik daar kom is ze wel klaar en kan ze me thuis ff hellepe”. “Ik woon redelijk in de buurt, zullen we de taxi dan del’n?” Dat stond Sjaan eigenlijk wel aan. De receptioniste regelt een taxi die binnen 5 minuten voor de deur staat. ’T Paard kent hij wel en met zwiepende ruitenwisser draait de Mercedes de regen in.

Emmy legt de telefoon neer en kijkt eens rond. Gelukkig hoeft er niet zo veel te gebeuren. Dus het maakt niet uit als Arie wat later is. Emmy kent het café als de binnenkant van haar hand en alles is eigenlijk al spik en span. Ze begint de kleedjes netjes op de tafels te leggen en alles ziet er al prima uit als de deur open gaat. “Het café is gesloten vandaag schat” roept ze vanachter de bar naar de vrouw die door de deur naar binnen stapt. “Goeieavond, ik ben Annemarie Bakersma, ik kom voor het feest” “Oh, dat ken natuurlijk ook, is het al zo laat? Sorry hoor, kom erin, kom erin. Zo, geef mij eerst maar eens even die jas, dan zullen we even ophangen.” Handig schenkt Emmy een wijntje in en zet die voor de vrouw neer. En terwijl ze achter vast de frituur aanzet komen er meer mensen binnen voor het feest. Emmy is in haar element achter de bar en niemand merkt het personeelstekort. Het is al een gezellige drukte als een man met een mitella het café binnengelopen komt. “Emmy, als ik jou toch niet had” roept hij haar al toe voor dat hij bij haar is. Emmy kijkt naar de mitella. “Je mot ook niet schoonspringen op jou leeftijd Arie, zeker niet van de trap” Ze had het verhaal inmiddels al gehoord van de buurman die ook aan de bar was aangeschoven. Arie was al met één hand in de mitella glazen aan het schoonmaken toen een vrouw met pleister in het gelaat de deur binnenstapte. “Sjaan!, wat heb jij nou?” Emmy liep naar Sjaan toe die een bont en blauw gezicht met pleisters had. Sjaan zat midden in haar verhaal toen Arie en Sjaan elkaar herkende van de EHBO. Grote hilariteit alom. En terwijl Sjaan aan een advocaatje zat werd het steeds gezelliger in ’t Paard naarmate er meer mensen binnen kwamen.

Tjibbe had voor ‘t Paard afscheid genomen van Sjaan die hem allerhartelijkst had bedankt en nu liep hij snel door de regen terug naar huis. Gelukkig dichtbij want als het iets verder was geweest was hij zeker tot de laatste draad van zijn kleren kletsnat geworden. Nu bleef de schade nog enigszins beperkt. Hij stapte naar binnen en was al helemaal klaar om het verhaal te vertellen van Sjaan toen hij begroet werd door stilte en een envelop tegen de vaas. Hij moest even slikken en langzaam opent hij de envelop. Tijdens het lezen komt er een glimlach op zijn mond en rolt er een traan over zijn wang. Hij moet naar ’t Paard. Dat hij daar net vandaan komt en nu weer door de regen moet deert hem niks. Dit keer neemt hij een paraplu mee en zo snel als hij kan beent hij naar ’t Paard. Als hij daar de deur open slaat en naar binnen stapt brult een heel leger aan mensen “GEFELICITEERD!” Annemarie omhelst hem en kust hem passievol. “Gefeliciteerd schat, met je vijftigste verjaardag en ons 25 jarig jubileum. Het viel niet mee dit geheim voor je te houden”. Tjibbe is overweldigd door alle mensen die hem lachend feliciteren en overladen met cadeaus. Door de mensenmassa heen ziet hij Sjaan aan de bar zitten die door de blauwe plekken en pleister op haar gezicht heen een lach opzet en haar advocaatje opheft. Tjibbe beantwoord met het in zijn hand gedrukte glas bier. Het was nog lang gezellig in ’t Paard die avond.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

2 Reacties op ‘t Paard

  1. Nic schreef:

    Omg Bart! Geweldig :) )
    Echt in 1 adem gelezen, mijn ogen vlogen over het scherm van mijn iphone…
    Waauw…. Ga dooor!

    X

  2. Thea Plum schreef:

    Uit het leven gegrepen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>