Lit & Petit dejeuner?

chaussurespain

Met een steen als geïmproviseerde hamer ram ik de haring krom op de harde grond. De 3 cm die de stalen pen de grond in is gemept is zeker nog niet genoeg om de trekkracht van de scheerlijn te doorstaan en ik trek hem dan ook weer uit het compacte rotsachtige steengruis wat hier voor grond door moet gaan. Ik kijk naar de haring met een verwijtende blik en stel vast dat de slagkracht van de steen wel in orde is. De daadkracht van de haring om de grond in te verdwijnen laat echter duidelijk te wensen over, met als gevolg een flinke bocht in het midden van de haring.

Met wat gerichte meppen en het betere smid-in-spee werk is de stalen pen weer recht genoeg om nog een poging te wagen. Ik zoek naar een plek waar de grond vrij is van stenen zodat de pen de grond in kan. Die plek is er wel, maar net buiten het bereik van de scheerlijn, als een soort Tantalus kwelling. Ik zou natuurlijk op zoek kunnen gaan naar een draad om de scheerlijn te verlengen, maar dat is mijn eer te na. Ik pak mijn hamersteen er weer bij en als een Neanderthaler met een missie ros ik de pen voor de tweede keer krom op de harde stenen. Een vloek sist tussen mijn tanden vandaan. Bij de derde poging sla ik behoorlijk hard op mijn vinger en moet ik al mijn zelfbeheersing aanwenden om haring en steen niet over de camping de smijten. Ik geef het op en ga op zoek naar een touwtje. Wonder boven wonder vind ik een prachtig touwtje bij de rest van de haringen en na wat padvinders knopen steek ik met groot genoegen de haring met de hand diep in de grond om vervolgens dankzij mijn verlengde scheerlijn de tent weer iets vaster te hebben staan. Zo lijkt het.

Daar ons onderkomen voor de nacht nu toch echt enigszins op een tent lijkt zijn de bedden aan de beurt. Waren het maar bedden. We hebben van die zelf opblazende luchtmatrasjes. „ Zo handig!” kweelde de verkoper, „je draait het ventieltje open en 10 minuten later heeft u een heerlijk bed” Dit is pertinent niet waar. Na een half uur wachten en af en toe eens prikken kom ik tot de conclusie dat er nooit genoeg lucht in kan zitten voor een gezonde nachtrust. Ik positioneer mijn mond rondom het daarop totaal niet gemaakte ventiel en wil gaan blazen. Door de breedte van het ventiel moet het eruit zien alsof ik een niet nader te noemen seksuele handeling verricht en een vluchtige blik naar de buren bevestigd dit vermoeden. Ik zie vanuit de hoeken van mijn ogen dat ze grinnikend mijn handelingen vanachter hun franse biertje zitten te bekijken en ik hoor dat één van hen een opmerking maakt over de vermeende geaardheid van het matras. Met mijn mond nog stevig om het matras laat ik me niet kennen en ik pak het matras eens stevig beet voor een betere blaashouding. Dat is een slecht idee. Om de vorming van condens vocht in het matrasje tegen te gaan worden deze in de fabriek gevuld met een soort talk poeder. Door mijn actie blaast het splik-splinter nieuwe matrasje een wolk van dit Chinese poeder mijn keel in net op het moment dat ik een flinke teug lucht neem om dat ding eens goed vol te blazen. Met ver opengesperde ogen barst ik los in een enorme hoestbui, bij de eerste rochel een prachtige wolk talkpoeder uitblazend. De buren vallen van hun stoel van het lachen en vragen heel grappig of dit de nieuwe manier is om Coke te snuiven in Nederland. Maar ik leer van mijn fouten en al snel pomp ik met mijn longen het matrasje vol met lucht. Ik krijg zelfs het ventiel er redelijk snel op zodat de meeste lucht ook daadwerkelijk in het matras blijft zitten. Na wat gefrommel ligt het onding in de binnentent en ga ik even proef liggen. Heel tevreden blaas ik een zucht uit zoals je doet als je op een lekker bed je lichaam ontspant. De zucht gaat echter halverwege over in de uitroep van een vrouwelijk geslachtsdeel door een stekende pijn van priemende rotsen in onderrug en billen. Dit is niet goed. Ik blaas nu met grote teugen het ding helemaal vol met lucht, zo vol als het maar kan. Ik keek tevreden naar de bolling die bewijst dat het gelukt is om nog meer lucht in het ding te persen. Voorzichtig ga ik er weer op liggen. Ditmaal op mijn zij, sowieso de houding waarin ik het liefste slaap. Onder mijn heupen priemen nog steeds even hard de stenen in mijn lijf met als enig verschil dat er voor en achter mij een rare bobbel lucht zit. Op mijn rug hetzelfde. Ik begin te begrijpen waarom er op de gebruiksaanwijzing stond dat je geen lucht bij moet blazen. Ik laat er weer wat lucht uit en probeer kansloos de stenen onder het grondzijl de grond in te rammen. Langzaam begint het tot mij door te dringen dat het niet beter wordt. Dit is het, zo zal ik vannacht moeten gaan slapen. Maar wat zeur ik, we zijn in zuid Frankrijk, het is prachtig weer, ik ga naar buiten op zoek naar de fles wijn die ergens in de auto moet liggen. Dat slaap probleem lossen we daarmee wel op.

De fles is grotendeels geleegd als de zon onder de kim is verdwenen. En een moment dat ik de hele middag al heb uitgesteld wordt zo langzamerhand onafwendbaar. Ik loop naar de auto en scharrel in tassen op zoek naar het meest denigrerende camping attribuut. De WC rol. Gewapend met een volle rol aanvaard ik de tocht naar het toilet. Eenmaal aangekomen blijk ik te kunnen kiezen. Een gat in de grond, of een deur waarachter zich wel eens een fatsoenlijker toilet zou kunnen bevinden maar deze zit op slot. Aan de merkwaardige deurklink zit een gleufje voor een munt. Ik heb geen munt. Alleen een WC-rol. Ik kijk nog eens kort naar het gat in de grond en besluit op zoek te gaan naar een munt. Maar met een WC-rol het camping kantoortje binnen lopen vind ik beneden mijn waardigheid dus ik besluit eerst de WC-rol even tijdelijk in de tent te parkeren waar ik toch langs loop en dan voor de munten te gaan. Ik zal er meteen maar een paar nemen, want voor de douche zijn ze ook vast nodig. Éénmaal bij het kantoortje aangekomen dat zich helemaal aan de andere kant van de camping bevindt, blijkt deze gesloten. Een rondgang en wat vragen in mijn beste stokbroden Frans leert dat er een automaat moet zijn. En inderdaad, na nog wat zoeken vind ik het ding gemonteerd aan een lantarenpaal. Mijn portemonnee blijkt zowaar redelijk voorzien van kleingeld dus gelukkig rollen enkele munten uit de automaat. “Merci Beaucoup” mompel ik tevreden en gewapend met de munten aanvaard ik de terugreis, nu inmiddels met snelle, en ook wat ongemakkelijke tret want de nood wordt nu toch wel gevaarlijk hoog en ik sluit niet uit dat het buitenlandse eten een klein tikje heeft uitgedeeld aan mijn darmen. Dus wat gas aflaten om de opgebouwde druk en daarmee de maagkramp te verminderen kan heel gevaarlijk zijn. Met een lichtelijk feminiene pas om de sluitspier goed dicht te houden haal ik het net op tijd. Ik doe een munt in de deurklink die gelukkig werkt, ruk de deur open en ontwaar een verrassend schoon toilet.”Formidable!” Snel ga ik zitten en de opluchting is groot. Mijn besluit om voorzichtig te zijn met het aflaten van wat druk blijkt niet geheel ongegrond geweest, mijn darmen zijn nog niet helemaal gewend aan de plaatselijke cuisine. Maar ik ben tevreden, alles is goed gegaan en een schoon toilet is me de munt wel waard.

Totdat ik met een schrik bedenk dat de toilet rol nog in de tent ligt. Een snelle blik links en recht van me levert een lege toiletrol houder en een grote vloek op. Na nog vier keer hard vloeken hoor ik een mannenstem aan de andere kant van de deur. “Pleerol nog in de tent zeker?” klinkt er met onvervalst Amsterdams accent. Even val ik stil. In mijn hoofd schieten enkele scenario’s aan me voorbij. Een leugen kan mijn eer redden, maar niet mijn hachelijke situatie. Stil houden heeft geen zin, de vloek was te luid. Ik besluit voor de eerlijkheid te gaan. “Eeh, ja, dat klopt ja.” “Geen probleem pik, hier…” Aan de onderkant van de deur, die een centimeter of 40 boven de grond eindigt verschijnt een hand bijna tussen mijn benen boven mijn broek die daar op mijn slippers rust. In de hand een verlossende WC-rol. “Dankje wel!” roep ik oprecht blij. “Dat bespaart me een vervelende terugweg” roep ik grinnikend met het schaamrood op mijn kaken.  Als ik terugkeer bij de tent steken de buren amicaal de flesjes bier omhoog, alsof ze proosten op mijn behouden, schone terugkeer bij de tent. Ik steek mijn duim op en schiet de tent in, op zoek naar mijn boek.

Die avond gaat het beetje wind dat er overdag was liggen. En gezeten in het kleine opvouwbare campingstoeltje uitkijkend over de middelandse zee krijg ik bijna het gevoel dat volgens zovelen bij camperen hoort. Ware het niet dat het stoeltje uitermate beroerd zit en de buren het nodig vinden de heerlijke stilte te doorbreken met de 2 grootste hits van Dries Roelvink op de repeat.

Als de zon eenmaal onder is wordt het snel wat killer en besluiten we maar te gaan slapen. Helaas hebben we niet genoeg wijn om het comfort van het luchtbedje naar acceptabele hoogte te brengen. Na een stevige wandeling naar de sanitair ruimtes voor de nodige gebitsreiniging en andere toiletgangen, ditmaal gewapend met muntjes en toiletpapier, kruipen we in onze slaapzakken. Tevergeefs ga ik op zoek naar een comfortabele houding. Het zal een compromis worden tussen de prikkende stenen in mijn rug en een harde ligging op mijn heup. Als ik na nog een uur of wat Dries Roelvink wakker wordt van een stekende pijn in mijn heup merk ik dat de wind weer is opgestoken. De tent klappert en bolt vervaarlijk op. Ons romantische idee de ingang zo te plaatsen dat je bij het openen van de tent als eerste het uitzicht over de Middelandse zee ziet, blijkt geen goede ingeving daar dit ook de kant is waar de wind vandaan komt. De tent lijkt om beurten leeg gezogen te worden en vervolgens met veel geweld weer volgeblazen te worden alsof een amateur kampeerder een luchtbed opblaast. Bij iedere bolling trekt de tent vervaarlijk aan de haringen. En net als ik me bedenk dat die ene haring die ik er zo moeilijk inkreeg uiteindelijk wel erg makkelijk de grond in ging in het verder gelegen mullere zand, schiet hij los en stort de tent half in. Mijn tent genote merkt niets en ik rits mijn slaapzak open om de schade op te nemen. Op dat moment hoor ik een windvlaag dichterbij komen. Steeds luider vanaf zee richting de bergrug waar we de tent tegenaan hebben gezet. En nét als ik de tent openrits worden we vol geraakt door een windkracht 7 of 8 en trekt de storm in één keer alle haringen uit de grond. Het is dat we er zelf nog inzitten maar anders was ons tentje zeker de binnenlanden van Frankrijk tegemoet gewaaid. Daar ik het meeste gewicht in de schaal breng was ik verkozen om als anker in de tent te blijven. In een soort spreidstand om de hoeken omlaag te houden blijf ik achter in de tent. Van buiten hoor ik de stem van mijn kampeergenote gillen dat de buitentent definitief afscheid heeft genomen van de binnentent. Al modderend met de haringen gaat de wind gelukkig net zo snel liggen als ze is opgestoken en al snel hebben we het restant van onze tent weer vaststaan, ditmaal met de ingang toch maar van de zee af. We besluiten morgen op zoek te gaan naar de buitentent als het licht is, hopelijk hangt hij nog ergens in de hekken van de camping. We kruipen weer in onze slaapzakken en van vermoeidheid voel ik de stekende rotsen niet meer door mijn luchtbed prikken en als snel val ik in slaap. Een heerlijke droom over een 5 sterren hotel wordt bruut verstuurd door druppels op mijn gezicht. Voor het eerst in weken heeft een regenbui besloten een afslag naar Zuid Frankrijk te nemen en zijn natte inhoud over ons idyllische plekje uit te kotsen. Als snel zwelt de bui aan tot een tropische hoosbui die neer stort neer over de camping. En op ons tentje. Zonder buitentent. Binnen 5 minuten zijn al onze spullen doordrenkt ondanks dat we met een sprint naar de auto met armen vol met slaapzak en andere water gevoelige atributen naar de auto de zaak nog proberen te redden. Als ik verbouwereerd onder de klep van onze auto naar de modderstroompjes sta te kijken zie ik iets voorbij drijven dat verdacht veel op mijn luchtbed lijkt…

Met een gelukzalig gevoel laat ik me de volgende avond op het bed van een pittoresk Bed & Breakfast zakken. Of moet ik zeggen Lit & Petit dejeuner?…

 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

2 Reacties op Lit & Petit dejeuner?

  1. Nicoline schreef:

    Oh oh, pijn in mijn buik van het lachen!
    Heerlijk om, terwijl ik op klungelige wijze mijn broodje probeer te nuttigen met mijn enige vrije hand, dit te mogen lezen. :)
    Je bent geweldig Bart. X!

  2. je vader schreef:

    Zal ik onze kampeerreis in juli naar Frankrijk maar afschrijven ???

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>