Kermisklonen

 

Papaaah? De laatste “A” werd extra lang aangehouden en de toon ging omhoog bij die letter. Dat betekend meestal een vraag van mijn dochter waarvan ze weet dat de kans op het antwoord “Ja” niet zo groot is. Om haar hoop bij voorbaat al de grond in te boren antwoord ik op hetzelfde toontje. Jahaah? Ze neemt nog even een extra aanloop en een flinke hap lucht en komt dan met de vraag.” Pap, heb je gezien dat er kermis is?” Natuurlijk had ik dat. De hele week al werden er monsterlijke apparaten in elkaar gezet door de hele binnenstad. “Nee,…is dat zo”? antwoord ik zo onverschillig mogelijk. Maar Floor is ook niet van gisteren, er zitten tenslotte ook genen van mij in nietwaar?  Ze heeft al door dat ik haar in de maling neem. “Gaan we naar de kermis dit weekend pap?” “Nee, dat kost me veel te veel geld” zeg ik onderwijl zo nors mogelijk kijkend. “Pa-hap!…” ik kan me lachen niet meer houden. “Natuurlijk gaan we even kijken” geef ik dan uiteindelijk maar toe. Dit gaat geld kosten, de klos.

De zomerkermis is in Alkmaar neergestreken. Niet van Tilburgse omvang, maar voor een Noord-Hollands stadje best van redelijke proporties. In de leeftijdscategorie waar mijn kinderen nog toe behoren, bestaat de grootste aantrekkingskracht van de kermis vooral uit attracties waar iets te “winnen” valt. Je betaalt een flinke som geld, trekt aan een touw of gooit een paar ballen en je mag vervolgens iets uitzoeken uit een collectie van de slechtste en meest waardeloze, door minderjarige Chinese dwang-arbeidertjes gemaakte prullen, die je ooit bij elkaar hebt gezien. Dat betekend dat we meestal huiswaarts gaan met een aantal fantasievolle, plastic handwapens voor mijn zoon en chemicaliën voor op het gezicht in de vorm van kinder make-up voor mijn dochter. En natuurlijk een aantal knuffels die volgens mij met radioactiviteit voorzien zijn van hun giftige kleuren. Thuis blijken de knuffels eigenlijk helemaal niet aaibaar, is de make-up hard genoeg om metaal mee te polijsten en zijn de handwapens na 5 minuten spelen volledig gedesintegreerd. Verder zijn er nog een paar attracties waar je ook in mag onder de 16 jaar en waar niet van rijkswege een bordje op hoort te staan dat je er niet in mag als je zwanger bent of hartklachten hebt. Die onschuldige mini achtbaantjes willen mijn kinderen dan ook in. Natuurlijk komt er een tijd dat de attracties interessant worden, waar je wel een bijna-dood ervaring van krijgt, maar waarschijnlijk is mijn aanwezigheid bijzonder ongewenst tegen die tijd. Jammer, want hoewel ik zelf helemaal geen kermisklant ben, en niet zo behoefte heb om mijn sluitspier en evenwichtsorgaan op de proef te stellen door G-krachten is het wel heel leuk om met die twee op pad te zijn en die blije gezichten te zien. Als ze zelfstandig op pad gaan zal ik dat wel missen.

En dan zijn daar de kermisexploitanten zelf. Dat heeft me altijd al gefascineerd, maar ik ben er nu uit: Ergens in een voormalig Oostblok land staat een machine die uitbaters van attracties maakt. Je geeft het type attractie aan en je kan drie posturen kiezen: Veel overgewicht, heel veel overgewicht en bodybuilder. Verder heb je de keuze tussen een aantal foute zonnebrillen en dito horloges. Knoppen voor “werkplezier”, “levenslust” en “vriendelijkheid” zitten er niet op, die zijn altijd nul. Dan druk je op “start” en komt er een kermisexploitant uit de machine. Klaar om uitgezakt op een bureaustoel achter getint glas zonder de blik van een laptop of smart phone af te halen de gevraagde kaartjes voor je neer te smijten ondertussen je geld het hokje binnen vegend. Het blijft altijd spannend of je überhaupt wisselgeld krijgt, en zo ja, hoeveel. Praten doen ze zelden. Het lijkt erop dat ze af en toe tegen elkaar wel eens wat zeggen, maar het verstaan doet niemand.

De mannen (het zijn bijna altijd mannen) die de plastic kaartjes uit de handen van je kind grissen om vervolgens zonder enige waarschuwing met een grote metalen beugel je kind definitief over te leveren aan de genade van de door dezelfde ongemotiveerde kermisklonen in elkaar geschroefde attractie, zijn ook allemaal hetzelfde. Zodra de attractie begint gaan ze demonstratief daar staan waar wij als kermisgangers juist niet mogen staan om dan met een zo ongeïnteresseerd mogelijke blik de attractie op een cm of twee achter hun rug langs te laten suizen.

Zolang ik me kan herinneren staat op elke kermis ook wel ergens zo’n boksbal. Geld erin, een boksbal komt naar beneden en die dient dan zo hard mogelijk weer terug geramd dient te worden. Fascinerend. Rondom dit apparaat  staan steevast de lokale neanderthalers, met stuk voor stuk een IQ lager dan mijn schoenmaat. Ze communiceren met rauwe diepe keelgeluiden en bulderend lachen. De enige verstaanbare kreten betreffen meestal lichaamsdelen van vrouwen en grofstoffelijke termen. In één vuist klemt een blikje bier van een vaag merk, zodat ze met de andere vuist de boksbal angstig hard het apparaat in kunnen rammen. Hoe later op de avond hoe meer neanderthalers en hoe mooier de taferelen. Als er genoeg blikjes leeggedronken zijn is er altijd wel één die denkt de bal met een hoge karatetrap terug te kunnen schoppen, meestal met een onelegante tuimeling die ergens een meter of 4 achter het apparaat eindigt tot gevolg. Hilarisch. Ik kies er om didactische redenen echter altijd voor mijn kinderen niet te lang bloot te stellen aan de aanblik van dit tafereel.

Een aantal attracties heb ik al schaakmat kunnen zetten. Zo is het mijn kinderen inmiddels duidelijk dat het ogenschijnlijk heel simpel ophijsen van een prachtige iPod in de praktijk een godsonmogelijke opgave is. Hetzelfde geldt voor de muntjes die voor een heen en weer bewegende schuif liggen en bijna vallen. Een muntje erbij en alles is voor jou! Niet dus. Ook de goktenten waar je kans maakt op mini motoren en de grootste knuffels die je ooit hebt gezien maken geen kans meer op ons geld. Af en toe zie je wel eens iemand lopen op de kermis met zo’n knuffel onder de arm waardoor je zou kunnen denken dat die dingen echt gewonnen worden. Het postuur, de foute zonnebril en dito horloge van die winnaar vertellen mij meteen dat het de uitbater zelf is, of verwanten in de 1e graad. Die attracties lopen we dus voorbij. Elke kermis zegt mijn dochter dan ook heel verstandig in het voorbij gaan “dat wil ik niet hoor pap, dat lukt toch niet.” Slimme meid.

Wat is dan favoriet? Geen miljoenen kostende achtbaan, geen goktent met reuze knuffels of spectaculaire misselijk makende bouwsels. Nee, een klein stalletje waar je kind in een harnas aan bungee elastieken wordt gesjord, waardoor ze ineens 4 keer zo hoog op een trampoline kunnen springen. Simpel. Briljant. Leuk. En nog de minst dure attractie ook. Toen de kloon de kaartjes aan mijn dochter overhandigde meende ik zelfs iets van een glimlach te bespeuren.

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

3 Reacties op Kermisklonen

  1. Paul Bastiaansen schreef:

    Wederom een leuk stukje, maar: De (fraaie) foto mag best wat groter. Al is de tekst nog zo leuk om te lezen, het is altijd nog een beetje leuker als het artikeltje aangekleed is met een of meerdere plaatjes.
    En: 1 regel witruimte tussen de alinea’s is meer dan genoeg. Anders wordt je tekst onnodig lang. Een te lange tekst moet je zowiezo voorkomen; al is het nog zo leuk geschreven, een ‘overpeinzing’ als dit moet geen verhaal worden, als je begrijpt wat ik bedoel.
    Verder: ga zo door.

    • Bart schreef:

      De spaties en de foto heb ik aangepast en al is het eigenlijk nog niet helemaal naar mijn zin, is het zo al een stuk beter. We blijven leren, bedankt voor je nuttige opmerkingen!

  2. je vader schreef:

    Wie was toch die jongen die zo,n 35 à 40 jaar geleden niet bij de Zaandamse
    kermis was weg te krijgen??

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>