Het pretpark

pretpark

Er is een merkbare spanning in de auto als we het pretpark naderen. “Zijn we er al bijna?” is een zin die met name mijn zoon, hij is nu 6, regelmatig bezigt in dit soort situaties. Pas na de 5e keer deze vraag gehoord te hebben kan ik positief antwoorden: “Sterker nog, we zijn er al! Kijk, daar is de parkeerplaats!” roep ik ter verhoging van de feestvreugde. Het vroeg vertrekken levert niet het gemis aan filevorming voor de ingang op zoals ik me had voorgesteld, maar ik troost me met de gedachte dat de file nog veel langer geweest zou zijn als we de wekker niet gezet zouden hebben. Diverse studenten getooid met fluorescerende vesten wuiven mijn autootje naar een plek op de immense parkeerplaats. We zijn vroeg, dus moeten we bijna helemaal naar het einde van de immense parkeerplaats doorrijden voordat we parkeren.

Mijn kinderen, ondanks de wekker vanmorgen goed uitgeslapen en strak van de anticipatie op wat komen gaat, springen energiek de auto uit. Om te voorkomen dat ik midden in het park ontdek dat ik essentiële zaken in de auto heb laten liggen probeer ik mijn kalmte te bewaren en even goed na te gaan of ik alles wel heb. Tas met etenswaar? Check. Eerste hulp artikelen? Check. Zonnebril? Check. Zonnebrand crème? Check. Telefoon? Check.  Portemonnee? “Papa wij gaan vast!” “Nee, even wachten!” schreeuw ik terug terwijl mijn jongste bijna onder een auto holt die met belachelijke snelheid de aanwijzingen van een fluorvestje opvolgt. Of er één dood probeert te rijden, dat kan ook. Ik trek mijn spruit voor de aanstormende auto vandaan en spreek hem vermanend toe om te zorgen dat hij ook zonder mijn hand aan de kraag van zijn T-shirt binnen een straal van 2 meter van de auto blijft. Dat lukt. Heel even. Dan gaan we op pad.

De parkeerplaats is zo groot en ver gelegen van de ingang van het pretpark dat de directie heeft voorzien in een busdienst naar het walhalla. Dat is de eerste rij waar we ons die dag bij aansluiten. Het zal niet de laatste zijn. Maar er blijken zelfs meerdere bussen en busjes te zijn, dus het gaat gelukkig veel sneller dan verwacht. De eerstvolgende bus heeft al genoeg capaciteit om de hele wachtrij aan mensen inclusief onszelf aan boord te nemen. Dat gaat goed. De rij voor de ingang van het pretpark valt ook mee en ik roem mezelf vanwege de vlekkeloze organisatie: Het vroeg naar bed van de vorige avond en het vroeg opstaan deze ochtend betalen zich nu uit. Slechts drie mensen voor ons bij de kassa. Om onze goede progressie optimaal te houden pak ik vast mijn portemonnee. Een golf van lichte paniek vloeit door mijn lichaam. Mijn handen gaan nog tegen beter weten in vliegensvlug langs alle zakken die mijn kleding rijk is in de hoop op een wonder terwijl mijn hersenen al weten waar mijn portemonnee is. In het middelste vakje van het dashboard in de auto. Het zoeken naar een alternatief scenario is snel voorbij. Geen andere opties mogelijk, we moeten terug. “Eh, jongens…” begin ik voorzichtig. Ze nemen het nieuws goed op moet ik zeggen. Behalve 2 verwijtende blikken en 2 paar ogen die even ter hemel rijzen valt het mee. We stappen uit de rij en lopen terug naar de bushalte. “We hebben de hele bus voor onszelf!” probeer ik het moraal hoog te houden met een vrolijk gezicht onderwijl diverse zeer zware krachttermen om didactische redenen door tong afbijten nog maar net binnen houdend. Dat de chauffeur bij het instappen grapt “of we een leuke dag gehad hebben” helpt ook niet erg. Als we uit de bus stappen op de parkeerplaats laat ik in een poging mijn gezicht te redden de voorste mensen in de wachtrij voor de bus naar het park enigszins verbouwereerd achter door in het voorbijgaan te zeggen “er is niks an”. Met flinke tred weer de hele parkeerplaats over. Snel de portemonnee gepakt, en weer terug naar de bushalte. De rij is al twee keer zo lang dan de vorige keer met als gevolg dat de eerstvolgende bus niet toereikend is om alle wachtende mee te nemen. De kids zijn echter geweldig geduldig en doodden de tijd met het vertellen van verhalen aan elkaar. Tijdens het piraat in de grot verhaal van mijn zoon komt een bus waar wij en de rij voor ons in passen en we beginnen aan de deja-vu poging om het park binnen te komen.

De rijen voor de ingang vallen zowaar nog steeds mee, ze hebben meer kassa’s open gedaan. We zijn snel binnen. Hoera. Het kleine oponthoud is op slag vergeten bij de aanblik van alle attracties. Het is een compact pretpark, vooral gericht op wat jongere kinderen, ideaal voor de 6 en 9 jaren die mijn kinderen onze wereld verrijken. Het zonnetje brandt inmiddels ook lekker en ik besluit eerst maar even een rondje zonnebrand smeren te doen, je wilt je kinderen niet zien veranderen in twee kreeftjes zo gaande de dag.

Tegen de wil van mijn nageslacht in, die al heleboel dingen zien waar ze in willen, lopen we eerst naar de verste kant van het park in de veronderstelling dat de meeste bezoekers dat niet doen. Dat blijkt aardig te kloppen. De eerste paar attracties, variërend van lief rondzwevende helikoptertjes en het blussen van vuurtjes in het huis van de Torenmuis, kunnen wacht-rij-vrij afgewerkt worden. Mijn kroost is enthousiast en ze hebben het naar hun zin. Papa dus ook.

Tijd voor een versnapering. Al snel wordt er een stalletje gevonden en na enige tijd het menu bord te hebben bestudeerd concluderen beide spruiten dat een muffin met limonade het menu van de dag wordt. Vooruit maar, het is feest vandaag.  Een zeer aardig gelegen tafeltje met hele relaxte stoelen komt net vrij en ik dirigeer mijn kinderen tactisch aan de tafel om zelf in de rij te gaan staan bij het 50 meter verder gelegen stalletje. Ja, het is een groot terras. De meneer voor mij blijkt schoolmeester te zijn. Van een klas van 35 kinderen. Met honger. Het overbrengen van de wensenlijst van dit heerschap op het parkpersoneel en de vervulling ervan duurt dan ook geruime tijd. In mijn ooghoek hou ik mijn kinderen in de gaten die de tijd doodden door te onderzoeken in hoeveel posities je in de stoelen van het terras kan zitten. Nadat de rek in de diversiteit van de zitposities er wel uit is en een bijna fatale val achterover met stoel en al dat duidelijk maakt,  begint ook de grens van het geduld nu toch wel te naderen. Tot overmaat van ramp beslaat het laatste deel van de bestelling van meester Zwelgje de gehele voorraad muffins inclusief alle andere voor handde zijne zoete alternatieven. Als de vriendelijke juffrouw afscheid neemt van Zwelgje en mij vriendelijk aankijkt in afwachting van mijn bestelling is de voorraad gereduceerd tot wat oosterse gefrituurde specialiteiten. Overleggen met de kids is onmogelijk. De rij achter mij is gigantisch waardoor terug naar de kids gaan voor tactisch overleg geen optie is en schreeuwend overleggen over 50 meter bomvol terras doe ik niet. Punt. Ik kies dus een bakje mini loempiaatjes (wist niet dat ze die zo klein maakten, daar moet kinderarbeid aan te pas zijn gekomen), en een bakje met drie stokjes met een rubber achtige substantie die als saté verkocht worden. Het goede nieuws is dat de limonade nog wel voorhanden is. Met de glimlach van een 2e hands auto verkoper kom ik met mijn dienblad aan bij mijn kinderen. Als ik het blad neerzet zie ik 2 paar ogen enigszins verbouwereerd naar de verzameling aan vaag voedsel kijken die er op uitgestald staan. “De muffins waren helemaal op, maar dit is ook heel lekker!” probeer ik. Kansloos. Beide oosterse specialiteiten worden veel te pittig bevonden. De door mij in mijn tas meegebrachte opvoedkundig verantwoorde appel partjes bieden maar voor een heel klein deel een oplossing.  Dit gaat geld kosten. Ik beloof dat het gemis aan ongezond, mierzoet, calorie-, kleur- en smaakstofrijk voedsel later op de dag gecompenseerd zal worden.

Als dan toch minstens de dorst gelest is zetten we onze avontuurlijke tocht door het park voort. Na enige discussie wordt besloten dat de achtbaan aan de beurt is. De wachtrij loopt vlak langs een gedeelte van het traject en mijn dochter kijkt wat bedenkelijk als ze de karretjes in volle vaart al gillend voorbij ziet denderen. Ik zie het dilemma dat in haar hoofdje omgaat en bestudeer het in- en uitstap gedeelte van de attractie en ontdek een uitweg voor haar. “Als je dit niet zo leuk vindt kan je daar gewoon doorlopen en bij de uitgang even wachten, dan kan jij mooi op de tas passen” Ik zie de opluchting in haar gezicht voor de geboden uitweg en ze knikt. Goed plan. Mijn zoon en ik stappen in en we wisselen een opgestoken duim uit met mijn dochter die stoer bij de tas staat met een blik van “Ik ben belangrijk want ik pas op de tas”. 3 minuten later stappen we lachend weer uit, de adrenaline op een flink wat hoger niveau en de haren (voor zover nog aanwezig bij mij) woest door elkaar.

Door het oppassen op de tassen heeft mijn dochter het recht van keuze van de volgende attractie. Tot mijn verbazing wordt er gekozen voor een attractie met een klein wagentje op rails dat wordt opgehesen en dan in een soort vrije val naar beneden suist. Slechts geremd door een gelijksoortige helling na het diepste punt waarna het proces zich achteruit herhaalt totdat het verlies aan energie door wrijving binnen de wet van behoud van energie er een einde aan maakt. Naar mijn idee een grotere uitdaging voor de zintuigen dan het achtbaantje waarvoor ze net heeft bedankt, maar zij mocht kiezen dus, voorruit maar. Mijn zoon is content met de keuze dus we begeven ons naar de rij. Het gezicht van mijn dochter bij het loslaten van het karretje is het wachten meer dan waard en door een wonder is het me nog gelukt ook om dit enigszins herkenbaar vast te leggen met de foto applicatie op mijn slimme telefoon. Als de eerste schrik en adrenaline stoot verwerkt is rest grote blijdschap en trots bij mijn kroost dat ze dit avontuur hebben overleefd.

Volgende attractie: De dinosaurusbaan. Unaniem gekozen. Deze attractie bestaat uit een Fred Flinstone achtig autootje dat door een landschap tuft waarin een verscheidenheid aan levensgrote plastic dino’s de auto belaagd. Vrij onschuldig dus. De wachtrij is echter aanzienlijk en loopt langs het gebouwtje waarin het onderhoud aan de wagentjes plaatsvindt.. Vol goede moed sluiten we achter aan. De voortgang is teleurstellend laag. Ik zie een student regelmatig zeer ongemotiveerd naar een achilleshiel in het traject sjokken om daar een vastgelopen wagentje weer vlot te duwen. Als we stapje voor stapje de hoek van het gebouwtje omslaan blijkt de rij zich daar nog 4 keer heen- en weer te slingeren in plaats van een rechte lijn naar de start door te lopen. Tegenvaller.  Dat betekend in dit tempo nog minstens een half uur wachttijd. Au. We houden de moed erin, en ik ben zo trots op mijn nageslacht omdat ik gedurende deze inderdaad in totaal 45 minuten durende martelgang geen gedrein en gezeur heb gehoord in tegenstelling tot om mij heen. Want voor en achter is het gezeur en gehuil niet van de lucht, inclusief tot wanhoop gedreven ouders die hun frustraties uiten in een ruzie onderling over wiens idee het was om hier in de rij te gaan staan. Na in totaal drie kwartier dan de beloning. We mogen in het karretje plaats nemen. Tot mijn verassing vraagt een zeer charmante dame, die daarvoor al drie kwartier de pijn van mijn wachttijd enigszins had verzacht door haar aanblik op mijn netvlies, of ze bij ons mag plaatsnemen om geen onnodige vertraging bij de progressie van de rij te veroorzaken als ze een karretjes voor zichzelf zou nemen. Dit omdat het karretje met de rest van haar gezelschap bomvol net de hoek uit het zicht weg tuft. “Maar natuurlijk!” roep ik iets tè enthousiast. En mede door het kleine formaat van de karretjes kan het zo gebeuren dat door een speling van het lot deze Fred door een dino landschap rijdt met een prachtige Wilma strak aan zijn zijde. Toch enigszins ongemakkelijk omdat ik wat moeite heb een goede parkeerplaats te vinden voor mijn armen zonder aangeklaagd te worden voor ongewenste handtastelijkheden bereiken we het einde van de rit. We nemen vriendelijk afscheid van Wilma en ontdekken dat we, heel handig bedacht door de pretparkdirectie, precies in het poffertjes restaurant staan. Een uitstekende gelegenheid om mijn openstaande belofte voor het verstrekken van zoete, ongezonde eetwaar in te lossen. Daar kan ik niet omheen. Het bestelsysteem in het restaurantje blijkt een toonbeeld van efficiëntie terwijl mijn rakkers bovendien heerlijk kunnen klimmen en klauteren in diverse indoor klimrekken. In no-time installeer ik ze achter een bordje met de oudhollandse lekkernij. En ik heb spijt dat ik niet ook heb genomen want het zijn ook nog eens echt heel lekkere poffertjes, maar de kinderen zijn zo lief mij er spontaan ook een paar te gunnen. Gelukkig zijn de wachttijden de rest van de dag redelijk kort te noemen en tegen een uurtje of vier hebben we alle belangrijke attracties wel zo’n beetje gehad. De kinderen worden nu ook merkbaar moe en ik besluit om richting de thuisbasis te trekken. Bovendien beginnen de regenwolken die de zon inmiddels steeds meer hebben verdreven nu toch echt wat druppels uit te storten over het park en de omgeving. Helaas worden we nog net flink nat bij het wachten voor de bus. Maar de temperatuur is nog goed, dus wat geeft het. De bus tocht verloopt snel en vlekkeloos, de auto staat er nog, met alle ruiten er nog in. Mijn kinderen rollen met hun laatste krachten de auto in. En ook ik voel mijn benen best als ik achter het stuur plaats neem. Ik stuur richting de uitgang en sluit aan in een rij auto’s die dezelfde kant opgaat. Ik ga ervan uit de laatste rij van de dag. Eenmaal het einde van de rij naderende zie ik mensen iets in de automaat bij de slagboom stoppen. Ik besef me dat het toch wel degelijk betaald parkeren is ondanks dat mijn blik bij aankomst daar geen enkel bord of andere aanwijzing voor had gevonden. Een vloek ontschiet me. Maar gelukkig heeft het park ervaring met mensen zo als ik en loopt er een meneer met de benodigde muntjes te koop langs te rij te zoeken naar slachtoffers zoals ik. Na weer vijf euro lichter te zijn gemaakt door het park kunnen we zonder verder oponthoud huiswaarts. Als we even later de gemeente uit rijden is het al helemaal stil achterin. In mijn spiegel zie ik 2 hangende kopjes met gesloten ogen zachtjes meedeinen met de bewegingen van de auto. Ik glimlach vertederd. Dit was een heerlijke dag.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

2 Reacties op Het pretpark

  1. Stefan Verbiest schreef:

    Nice!

  2. Thea Plum schreef:

    Leuk,lief en vertederend.

Laat een reactie achter bij Thea Plum Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>