Fastfood

908c7e07cd2e5a7777138fe409ea6e5a

“Maar heeft u niet gereserveerd dan?” Ze vroeg het met een vervelend kleinerend toontje. Zoveel domheid had ze nog nooit meegemaakt. Niet gereserveerd! Het was maar gewoon het restaurant van het hotel waar we verbleven. Geen pittoresk, ludiek, schattig eethuisje. Gewoon een hotel toren van een bekende keten met een vreetschuur, puur gekozen vanwege de praktische locatie en niet vanwege de warme, uitnodigende eetgelegenheid. Dus, nee, ik had niet gereserveerd. Maar gezien de mensen die de tafeltjes bevolkten was er klaarblijkelijk een saaie mensen conventie neergestreken in het hotel met zeer hongerige deelnemers. Op mijn vraag naar een alternatief in de buurt was het antwoord kort en krachtig. “Het wokrestaurant is het dichtste bij”. Dat zou onder andere omstandigheden ook niet onze eerste keuze zijn geweest, maar we hadden trek dus door de tijdsdruk gingen we voor het wokrestaurant. Afgaande op de uitleg die we kregen over de te lopen route zou het mooi gelegen moeten zijn in een park, op loopafstand en potentieel in staat ons snel genoeg van een maaltijd te voorzien om daarna het geplande concert niet te missen. We moesten onder een fietstunneltje door en dan was het maar 5 minuten lopen. We gingen op pad. Het was prachtig weer voor de tijd van het jaar dus de wandeling was geen straf. De fietstunnel hadden we dan ook zo gevonden en aan het einde van de tunnel ontwaardden we inderdaad steeds meer grote, oude bomen. Voor ons uit een lange weg die ons dieper in het oude park leidde. Een fraaie omgeving, zonder meer,  maar de twijfel sloeg toe. Hoe verder we liepen hoe minder waarschijnlijk leek het de omgeving waar je een Chinees wokrestaurant zou verwachten. Gesterkt door de toch overduidelijke, simpele aanwijzingen van de strenge hoteldame liepen we door. En met succes. Een klein stuk verder werd een afslag zichtbaar en een meter of 70 verder stond een groot paviljoen. Het zag er niet Chinees uit, maar op de wapperende vlaggen stonden symbolen die door konden gaan voor Chinese tekens. Dat moest het zijn.

Het bleek een groot gebouw met een indrukwekkende entree met enorme deuren. Zodra we door één van die deuren binnen gingen ontwaardden we een metershoge, uit hout gebeeldhouwde Chinese Boeddha. Terwijl wij nog naar dit indrukwekkende beeldhouwwerk stonden te kijken sprong als bij toverslag een kleine Chinese man in een mooi, maar enigszins fout glanzend pak als door een wesp gestoken achter de Boeddha vandaan. Mijn indruk was, gezien zijn enorme versnelling en tempo, dat we geen stap verder mochten zetten. Ik dacht volgeboekt. Alle tafels vol. Of radio actief besmet. Of er vond een gijzeling plaats door een Tibetaanse guerrillabeweging.

Even abrupt als zijn versnelling hield hij voor ons stil. “Goei-avond, heeffu geleselveeld?” Was zijn directe vraag. Daar gaan we weer, dacht ik, en ik gaf dus de wedervraag “Nee, is dat een probleem?” “Nee hool, volgu maar” riep hij stralend. Ik knipperde met mijn ogen en de man was weg. Met niet te volgen versnelling was hij als een voetzoeker omgedraaid en hij en spoot naar een balie waarop een computer stond. Hij ramde wat op het toetsenbord, keek tevreden naar het beeldscherm en vroeg: “Willu jas kwijt?” Om heel flauw “Nee, ik vind hem nog wel mooi” te antwoorden leek me niet een antwoord dat zou aanslaan bij deze Chinese Roadrunner. Dus we hielden het op een zakelijk “Graag”. Onze jassen werden met één zwaai gezamenlijk op een hanger geslingerd en in dezelfde zwaai meteen in een rek gehangen zoals dat bij stomerijen nog wel eens staat. Met een druk op de knop zette de hele kapstok zich als een soort hangende lopende band in beweging en onze jassen wiegden uit het zicht de diepe spelonken van het wok restaurant in. Ik vroeg me af of we de vraag “Willu jas kwijt?” niet wat letterlijker hadden moeten interpreteren. Terwijl wij onze jassen nog stonden na te staren was onze race-chinees al weer bijna uit het zicht verdwenen. “Kommu maal hool!…” klonk er nog en we realiseerden ons dat we heel snel moesten zijn om hem nog bij te kunnen houden. Aangezien hij niet meer in de ruimte was waar we ons bevonden moesten we ervan uitgaan dat hij door de klapdeuren achter ons geschoten was. Het feit dat de deuren nog een beetje heen en weer klapten bevestigde die aanname. Dus ook wij door de klapdeuren. Eenmaal aan de andere kant stapten we een kollossale eetzaal in met in de verte een kleine, zeer snel bewegende zilveren vlek die met een scherpe bocht een gang aan het einde van de zaal in schoot. Dat moest onze race-chinees zijn en we gingen er achteraan met een tred die ons nog net waardig, maar wel zo snel mogelijk door de zaal deed schrijden. Eenmaal dezelfde gang in ontwaarden we nog een eetzaal, iets kleiner van opzet. De zilveren kogel stond al grijnzend bij een tafel de armen naar beneden richting onze zitplaatsen wijzend. Nog voor dat we plaats konden nemen klonk de zin “Komte collega vlagen wat u dlinken hool!” en zo snel als hij was opgedoken, zo snel was hij weer verdwenen. In het voorbijgaan draaide hij een koker om die op de tafel stond. Dat bleek een heel handig systeem om het bedienend personeel erop te wijzen dat de gast van hun diensten gebruik wenst te maken. Aan de ene kant van de koker staat op een wit vlak de tekst “alles naar wens”, en aan de andere kant op een rood vlak “Service gewenst”. Op die manier kan je dus als je iets wilt bestellen gewoon de koker omdraaien. Een simpel systeem dat zeer doeltreffend bleek te werken. Beter dan met gênant zwaaien en harde oorlogskreten dwars door de grote zaal de aandacht vragen van het bedienend personeel.

De keuze van de etenswaar was net zo enorm als de oppervlakte. Het was dan ook niet moeilijk om een bordje samen te stellen met Oosterse lekkernijen. Het moet gezegd worden, het eten oversteeg de kwaliteit zoals ik die ken van de gemiddelde afhaal chinees terwijl de uiteindelijke prijs niet navenant hoog was. En we hebben ons zeer vermaakt met het spektakel van de race-chinees die gelukkig bij het vertrek onze jassen weer in dezelfde vaart terug uit de spelonken wist te toveren. Ik vraag me af hoe je fast food in het Chinees zegt, misschien simpelweg “Wok”?

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

2 Reacties op Fastfood

  1. Paul Bastiaansen schreef:

    Wederom een leuk stukje. Vooral de race-chinees :-D

  2. Nic schreef:

    Omg Bart, te grappig gewoon!
    Ik hoop dat je in de toekomst een boek schrijft. Ik weet zeker dat ik m ook in 1 adem uitlees.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>