Bijna thuis

MarechausseeSlechts af en toe schuifelt de rij voetje voor voetje een kleine meter verder. Een rij die zich schier eindeloos vooruit slingert, in banen geleid door linten die overeind gehouden worden door een woud van chromen paaltjes. Doordat de paaltjes heel tactisch opgesteld staan, ontstaat een te volgen route die zo veel mogelijk ruimte van de hal beslaat om zodoende iedereen te dwingen een ordentelijke rij te creëren, daar de mensheid volstrekt incapabel is om dit spontaan en zelfdenkend te doen, afgezien van een handjevol traditionele Britten misschien. Zo staat de hal na het leegstromen van het vliegtuig en het ophalen van de bagage volledig vol met een spaghetti sliert van stilstaande mannen, vrouwen en kinderen. De volwassenen staan verveeld berichtjes op hun telefoon te typen, ruzie te maken, bagage te herschikken of getergd de rij af te kijken. Rond een ieders voeten staan diverse tassen en koffers. Kinderen maken een dood smak van de bagagekarretjes waar ze op zijn geklommen, hangen slapend op de schouder van de dienstdoende ouder of vullen de ruimte met irritante muziekjes en bliepjes uit de ter beschikking gestelde smartphones met spelletjes. Iedereen wil graag verder in de rij om deze hal die stinkt naar een mix van goedkope luchtverfrisser, droge airco lucht, vette etenswaar en lichaamsgeuren zo snel mogelijk te verlaten. In het tempo waarin het nu gaat kan dit echter nog wel even duren. Af en toe galmt een onverstaanbare zwoele vrouwenstem stem klanken door de ruimte met informatie over locaties waar bagage en kinderen terug gevonden zouden kunnen worden. Vanaf grote verlichte reclameborden grijnzen blije mensen naar de schaapjes in de rij in de hoop ze ervan te kunnen overtuigen dat reizen wel leuk is bij die andere vliegtuigmaatschappij. Niemand in deze rij die daar echter nog in gelooft.

Ook John Reuver niet. Hij is al een tijd geleden aangesloten en de wachtenden voor hem zijn nauwelijks vooruit gegaan. Daar hij als één van de laatste van boord kwam is de rij achter hem niet zo lang meer, maar het einde van de rij voor hem is niet eens te zien omdat de oorzaak van het oponthoud, de paspoortcontrole, helemaal aan de andere kant van de hal is, net om de hoek van een grote doorgang. Het cabine personeel is al een tijdje geleden lachend en plezier makend met elkaar de rij voorbij gelopen op weg naar hun eigen uitgang van deze hel. Diezitten nu al lang en breed in de auto. John wil ook graag naar huis, maar in dit tempo kan dat nog wel even duren. Voor hem staat een corpulente moeder met een jengelend kind. De moeder heeft alle energie en inzet om het kind bezig te houden volledig verbruikt en het opgegeven. Het kind voelt dit feilloos aan en begint met succes om snoep te jengelen. “Druk er een lolly in” denkt John getergd en zijn gedachten dwalen af naar huis. Als hij straks eindelijk bij de auto is hoeft hij alleen maar te zorgen dat hij de stand van de wedstrijd niet hoort als hij naar huis rijdt, dus de radio uit laten luidt het devies. Als hij de auto ooit nog haalt tenminste. Maar als hij dan eindelijk thuis is, dan gaat hij lekker achterover op de bank zitten met een biertje. Hij neemt de wedstrijd op die zich nu afspeelt zodat hij straks voetbal kan kijken met het geluid lekker op 10 zodat het net is alsof je in het stadion zit. Dan maar hopen dat die zeikerd van een buurman niet gaat lopen zeuren over geluidsoverlast. Wat een pisveer is dat zeg. Altijd wel wat te klagen. Dat er peuken in zijn tuin liggen of als John’s zoon is een keertje een bal per ongeluk tegen het raam schiet. Een barssie van niks was het, maar een poeha jongen! Of dat gezeik over dat bloemen perkie voor. Was John een keer met de wielen van zijn Dodge Pick-up over een klein stukkie van dat perkie gereden. Hij had één bloempie een beetje geknakt. Nou ja, misschien waren het er drie. Ok, er stond er géén één meer. Maar een grote bek jongen! En die zoon van 27 van hem, hoe heet die ook alweer, Bert-Jan of zo, dat is een lulletje rozewater! Wat een azijnpisser. Denkt dattie heel wat is omdat íe bij de Politie zit, of hoe heet dat, de marresjousee of zoiets. Met zo’n apepakkie. Gaat dan naar ze werk met z’n golfie. Altijd schoon dat autootje. Die hebben we een keer helemaal met modder ingesmeerd! Ha ha ha, had je z’n smoel moeten zien toen ‘ie naar zijn werk moest… Willy heeft er ook al 2x tegen aan gepist. John’s gedachten dwalen verder af naar afgelopen zomer.

In de hoek van de tuin trekt een vriend van John het zeil van de Barbecue. Het is best een grote tuin met klein schuurtje waarin wat fietsen en een oude scooter staan. Naast het schuurtje staat een roestige betonmolen vergezeld van een tweetal cross motoren met de modder er nog op. Aan de schuur is een half leeggelopen opblaaspop vastgebonden, de restanten van een grap op John’s verjaardagsfeest, zo’n vier weken terug. Langs de schuttingen liggen planken, oude lamellen en de restanten van wat eens een centrale verwarming installatie moet zijn geweest. Dan staat er ook nog een grote oude aanhangwagen met geroeste en gedeukte spatborden.  En evengoed is er nog een plek voor een Barbecue. ”Zet hem maar tegen het hek aan Willy, dan gaat alle rook naar de buren” roept John met een vuile grijns op zijn gezicht. Terwijl Willy, die eigenlijk gewoon Arie heet, de instructies van John opvolgt, zetten John en Ricardo een grote speaker buiten. “Zet maar aan Lange!” Ricardo, door zijn vrienden meestal “Lange” of “de Naald” genoemd, snelt naar binnen en 2 tellen later schalt Wolter Kroes uit de speaker de tuin in. Ricardo komt weer naar buiten met 2 kratten bier die met een klap bij een stel tuinstoelen worden neergekwakt. “Sjezus Sjon, komt je schoonmoeder ook eten?” Vraagt Ricardo terwijl hij knikt naar een enorme berg vlees die klaar ligt voor de Barbecue. “Willy eet mee” zegt John wijzend naar Arie die met een grote vlammenwerper zoals die door dak bedekkers wordt gebruikt de kolen in één keer gloeiend heet stookt. Arie is het tegenovergestelde van Ricardo. 1 meter 75 kort,  maar evengoed bijna 180 kilo schoon aan de haak. De bijnaam “Willy” heeft hij te danken aaneen combinatie van 2 dingen: Een verblijf in een penitentiaire inrichting in verband met een gewelds-delikje: “Hij noemde me vetzak en dat pik niet van zo’n gast” was het verweer dat geen hout sneed bij de rechter destijds nadat hij een jongen knock out had geslagen in een kroeg. En de film “Free Willy” die gaat over een grote (dikke) orka.

De rij schuifelt een klein stukje vooruit en John geeft met zijn voet zijn tas zo’n douw dat de vrouw voor hem in de rij het plastic handvat pijnlijk inhaar kuit gedrukt krijgt. John ziet het, maar zegt niets. De vrouw kijkt kwaad om maar is te moe om te reageren en houd zich in waar haar kind bij is. John’s gedachten dwalen weer af naar de jonge buurman, Bert-Jan. Woont nog steeds bij zijn ouders dat mietje. Met oud en nieuw hebben John en kornuiten een keer vuurwerk in hun tuin gegooid. Niet van dat lullige spul natuurlijk, maar echt goede knallers. Ha, ze hebben zo’n scharminkel van een katje, nou, die is drie maanden van de leg geweest. Dat beest rennen jongen! Hebben ze erg om gelachen toen. Daar had die Bert-Jan toen een hoop heisa over gemaakt. Niet normaal. Politie bij geweest, nog een hele toestand. Sindsdien pissen we elke zaterdag avond even tegen zijn garagedeur als we uit de kroeg komen.

Al  over de grappen met de buurman heeft John eigenlijk niet eens bewust in de gaten dat de rij zich in beweging heeft gezet. Ongemerkt is de rij voor hem steeds verder opgelost en is de paspoort controle in zicht. Eindelijk. Voor die controle is een gele streep waarachter gewacht moet worden tot het paspoort van de voorganger is bekeken en goedgekeurd door de dienstdoende Douanier. Een vluchtige blik in de ogen van de reiziger en daarna op het paspoort, gevolgd door een klein knikje en het mompelen van de woorden “goede reis verder”,  en de volgende is aan de beurt. De rij schuift nu vlug vooruit en John nadert het hokje. Hij pakt zijn tas op om even zijn paspoort te laten zien en hij zit in gedachten al in zijn auto. Als de vrouw met de blauwe plek op haar kuit voor hem naar het hokje loopt opent John alvast zijn paspoort om direct na de vrouw langs de douanier te kunnen lopen. Ze krijgt het knikje en voordat de vrouw haar tas heeft opgepakt staat John al achter haar om zijn paspoort te kunnen laten zien. De vrouw loopt langs het hokje weg op weg naar huis en de douanier wordt zichtbaar op het moment dat John net zijn richting op kijkt. Als hij het gezicht ziet van de douanier staat John aan de grond genageld. Zijn mond valt open en hij voelt het bloed uit zijn gezicht wegtrekken. Op het gezicht van de douanier verschijnt langzaam een steeds groter wordende grijns. “Dag buurman” zegt hij rustig met een lage, onheilspellende klank in zijn stem en een satanische glimlach op het gezicht. John kan niks uitbrengen en overhandigd zijn paspoort. De Marechaussee heeft een naambordje op zijn rechter borstzak met daarop de naam Bert-Jan de Vries. “Het lijkt erop dat we een probleem hebben” Zegt hij en hij drukt ongemerkt op een knop op zijn bureau. Direct snellen er een viertal Marechaussees tevoorschijn met een imposante wapenverzamelingen aan de riem rond hun heupen.Twee van hen dragen ook nog eens een vervaarlijk uitziend automatisch wapen. “Komt u maar even met ons mee”. Drie van hen vergezellen John naar een ruimte, de vierde wisselt eerst een paar woorden met Bert-Jan en volgt dan alsnog. “Gaat u daar maar even zitten” gebied de vierde man als hij na John de kleine ruimte betreed. Hij heeft het paspoort van John in zijn hand en gaat tegenover hem zitten aan een klein bureau. John kijkt onzeker om zich heen. De ruimte is begrensd door muren van matglas en in de hoek hangt een camera. Hij zit op een harde, ongemakkelijke plastic stoel. Bij de deur staat één van de twee mannen met het automatische wapen streng naar John te kijken. De vierde man stelt zich voor. “Mijn naam is Gorter, Marechaussee, en we willen u even een paar vragen stellen” John slikt en knikt bevestigend. Waar hij vandaan komt, waarom hij daar was, wie hij daar heeft ontmoet, en veel van dergelijke vragen worden op hem afgevuurd. In zijn hemd zitten natte plekken en John knijpt hem. Maar tegelijkertijd borrelt er ook boosheid in hem op. “Waarom willen jullie dit allemaal weten?” brengt hij op een gegeven moment uit. Gorter, die op dat moment in het paspoort van John zit te bladeren laat zijn hand met daarin het paspoort op het bureau zakken. Tegelijkertijd kijkt hij heel langzaam op en met priemende ogen kijkt hij John aan. “We hebben daar zo onze redenen voor meneer Reuver. Volgt u mij”. Onverwachts staat Gorter op en John slaakt een zucht van verlichting. De pesterij is over, want dat is het natuurlijk gewoon. “Deze kant op”. Door een andere deur als waar ze door zijn binnengekomen stapt John in een ruimte die doet denken aan een slagerij. Roestvrij stalen hoge tafels staan langs de wanden en aan het plafond hangt opvallend felle TL-verlichting. In een hoekje staat een ongemakkelijke stoel en verder is de ruimte leeg. De man met het automatische geweer stapt vlak achter John mee de ruimte in en positioneert zich weer bij de deur. “Kleed u zich daar maar even uit” zegt Gorter met een knik naar de stoel. “Watseggu?” stamelt John. “U hoorde me wel”.

De man met het geweer doet een stap opzij en eennieuwe, streng uitziende marechaussee stapt de ruimte binnen. Een grote kerel, met het uiterlijk van een Russische worstelaar. Hij pakt een paar rubber handschoenen uit een kartonnen doos die op één van de roestvrij stalen tafels staat en begint deze tergend langzaam aan te trekken onderwijl grijnzend kijkend naar John die met inmiddels ontbloot bovenlijf onhandig uit zijn broek hopt. Op zijn linkerarm ziet de grote marechaussee een tattoo van John’s favoriete voetbalclub.

In de hal staan de allerlaatste wachtenden in de rij voor Bert-jan de douanier. De man die als laatste aan de beurt is geeft zijn paspoort en hoort op dat moment een vreemde kreet vanachter de mat glazen wand komen, alsof iemand in zijn achterste wordt gebeten door een pitbull. Bert-Jan lacht naar de reiziger en zegt “Vrolijke boel, hun dienst zit er op denk ik, prettige reis verder” en hij geeft het paspoort terug.

Een paar uur later is het een stuk stiller op de luchthaven. John loopt nog wat moeilijk als hij door de mannen met het geweer naar de uitgang wordt begeleid door het doolhof aan gangen achter de matglazen schermen. Eindelijk zijn ze bij een deur die toegang geeft tot de bekende hal van de luchthaven en de weg naar John’s auto. “Eén van de mannen geeft John zijn paspoort terug en zegt lachend: “En dan heeft je cluppie ook nog met 3-1 verloren, het is niet je dag!”

 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>